Ecologische rouw
Hoe gaan we om met verlies dat groter is dan onszelf? Met verdwijnende landschappen, uitstervende soorten en de impact van klimaatverandering op ons dagelijks leven? Ik ging hierover in gesprek met auteur Charlotte Van den Broeck (Een Vlam Tasmaanse Tijgers), antropoloog Yvon van der Pijl tijdens de gespreksavond over ecologische rouw die LUX Nijmegen op 2 juni organiseerde Wintertuin en Bibliotheek Gelderland Zuid. Een avond over ecologisch verlies, klimaatpijn en de rol van rituelen, kunst en verbeelding in tijden van verandering.Over rouwen en verhalen
Rouwen is volgens filosoof Michael Chobli een kans op zelfkennis en het herijken van onze doelen, waarden en identiteit. Die hangen namelijk af van onze relaties met anderen. Hoe we rouwen en onszelf al dan niet transformeren, bepaalt hoe we onze planeet achterlaten voor toekomstige generaties.
In haar boek Een Vlam Tasmaanse Tijgers breekt auteur Charlotte van den Broeck een lans voor het vertellen van andere, meer kloppende verhalen over onszelf, andere soorten en de natuur om ons heen. Ik sluit me daar nadrukkelijk bij aan, met een sprookje dat ik live voordroeg tijdens deze avond: De Hossende Jeneverbes.
Wat we kunnen leren van de jeneverbes
Het gaat niet over ecologische rouw an sich. Het gaat over hoe we ons kunnen laten transformeren door rouw. Het gaat over de jeneverbes, een inheemse naaldboom en kwetsbare soort uit mijn geboortegebied. Zorgen voor de natuur betekent in de eerste plaats zorg voor jouw directe ecosysteem alsof je leven er van afhangt, zoals Robin Wall Kimmener, Potawátomi vrouw en plantkundige, schreef. De jeneverbes heeft mensen nodig om te overleven, ze groeit alleen op open zandgronden. Ze heeft andere jeneverbessen nodig, en in haarzelf zit een compleet ecosysteem besloten met vogels, schimmels, insecten en korstmossen.
Zijn we in staat om onszelf te herkennen als soort, afhankelijk van andere soorten? Dat onze lichamen zelf ecosystemen zijn voor microben en dat wij op onze beurt onszelf opbouwen met de planten en dieren die we consumeren? Dat de zuurstof die we ademen wordt gemaakt door minuscule wezens uit de zee (fytoplankton)?
Ik gun mezelf, onze soort en onze planeet meer dan ecologische rouw. Ik gun ons een eco-centrische samenleving, waarbij we onze relaties met elkaar, mens, boom, dier, bodem, centraal stellen.
Fragment uit De Hossende Jeneverbes. Een vertelling door Marjolein Pijnappels (2026) voorgedragen tijdens de avond ‘Ecologische rouwen, hoe doen we dat?’ georganiseerd door LUX Nijmegen, Wintertuin en Bibliotheek Gelderland Zuid.
Later kon niemand vertellen wie als eerste veranderde. Misschien gebeurde het overal tegelijk. In de klotsende mensenmassa leken de takken van de oude jeneverbes mee te walsen op het ronkende ritme dat in de oren bonsde als de hartenklop van duizend dieren.
Een jonge man die zojuist nog met schorre stem met de muziek meeschreeuwde scheurde van boven tot onder uit zijn jas om ruimte te maken voor een grijsbruine pels en lange poten. Een vrouw huiverde en in diezelfde trillende beweging braken er blauwmetalen schubben door haar huid, waardoor het een moment leek alsof zij als een waterval uit haar kostuum stroomde.
De Prins Carnaval fladderde weg als gespikkelde lijster, terwijl een meisje met een verentooi in zichzelf wegzakte en sissend op haar buik tussen hossende voeten weggleed.
~ Marjolein Pijnappels (2026), De Hossende Jeneverbes