Als machines dromen van een regenwoud
Technologie fascineert mij net zoveel als de natuur. De esthetiek, de mogelijkheden van beiden zijn haast verblindend. En in die verblinding zit hem ook het gevaar. Want waar de een ons in slaap sust naar een prachtig gehallucineerde droom, neemt de ander is mee naar een instortende realiteit.Ik ben geen purist als het om AI gaat en als een ekster tuur ik online naar het spectaculaire Large Nature Model (LNM) van Refik Anadol dat in juni in Los Angeles' Datalands museum (het eerste AI kunstmuseum in de wereld). Een open AI model getraind op ethisch verkregen data van onder meer het Smithsonian Institution en verzameld tijdens tripjes naar de Amazone door Anadol zelf.
LNM © Refik Anadol
Maatschappijkritische AI-kunst
Dat ik met mijn iPhone foto’s kan maken, maakt mij nog geen fotograaf, net zo min als elk plaatje gegenereerd door AI een kunstwerk is, maar met de technologie is wel degelijk kunst te maken. Maatschappijkritische kunst zelfs. Dat is de missie van Anadol: mensen dichter bij het (zo zegt hij zelf) ‘abstracte concept van natuurbeheer’ brengen. Mensen de natuur laten zien en horen, op een compleet nieuwe manier.
De data zijn ethisch verzameld, de datacenters (van Google) draaien voor 87% op hernieuwbare energie. Je zou denken, wat is het probleem?
Voor mij schuurt het in de stelling dat natuurbeheer abstract is (is dat zo?) en dat je dat met technologie kunt overbruggen (is dat zo?). En dat de Google servers energieneutraal zouden zijn (is dat zo?).
De allerlaatste vogel
Laten we wel wezen, je kunt fantastische dingen maken met machine learning, unieke ervaringen creëren en gesprekken los maken over biodiversiteit en onze relatie met natuur. Ik weet zeker dat het beluisteren van het treurige lied van de allerlaatste Kauai ‘ō’ō’ā’ā vogel, omgeven door gehallucineerde natuurvervormingen indrukwekkend en pakkend is - en iets dat je niet meer in het echt kunt ervaren, want de vogel is uitgestorven.
Maar wat kost die ervaring? Anadol heeft het over 'de energie die het kost om een smartphone op te laden', maar hier is sprake van een gevaarlijk 'shifting baselines' syndroom. Hoewel de Google windmolens inzet voor haar servers, is de schaalvergroting van datacenters als geheel zodanig dat de totale extra energie duizelingwekkend groot is. Het water dat wordt onttrokken gaat ten koste van natuurgebieden. De damp die vrijkomt verandert lokale weerpatronen.
LNM © Refik Anadol
En ik durf ook te betwijfelen dat natuurbeheer zo abstract is dat we er machines voor nodig hebben om ons iets te laten voelen bij de ecologische ramp die zich overal om ons heen voltrekt. De steeds stillere bossen, steeds minder geplette insecten op je auto op weg naar Frankrijk, overstromende steden… hoe concreet wil je het hebben?
Een spectaculaire droomvisie
De grenzen verkennen van creatieve samenwerkingen met natuur en technologie voor het maken van kunst, objecten, en nieuwe manieren van kijken naar de wereld juich ik van harte toe. Maar het gevaar is dat we deze spectaculaire droomvisie als eksters aangrijpen om niet te hoeven kijken naar de duizend kleine manieren waarop de ecosystemen van de aarde op dit moment, in de echte wereld, haperen.